Verpleegkundigen: zelfsturend of in de “knip”?

Wilma Licht 14-9-2014 21:47
Categorieën: Columns

In het proces van herstructurering van de thuiszorg worden de rollen van professionals opnieuw verdeeld. Vanaf 2015 zal er gewerkt gaan worden met zogenaamde segment 1- en segment 2-verpleegkundigen. Er komt een “knip” in de zorgverlening: eerst indicatie, dan pas uitvoering.

Voorheen, onder de AWBZ, moest de thuiszorg eerst via het CIZ aangevraagd worden. Pas na de indicatie werd bepaald wie de zorg zou gaan leveren. De cliënt kon zelf bepalen welke zorgorganisatie daarvoor ingeschakeld werd. 

Dit had belangrijke nadelen. De lange procedure. De vele verschillende zorgverleners waarmee de cliënt te maken kreeg. De huisartsen reageerden daarop door te pleiten voor de herintroductie van de oude wijkverpleegkundige: een vertrouwenspersoon van de huisarts die naar de cliënt gaat en meteen handelend kan optreden.

Op zich een goed idee en het werd dan ook breed omarmd. Echter, deze werkwijze strookt niet met het principe van marktwerking. Want die wijkverpleegkundige hoort bij een organisatie en die organisatie krijgt dan automatisch de cliënt. En dus werd de knip verzonnen: twee verpleegkundigen bij een cliënt: één om vast te stellen welke zorg nodig is (segment 1) en de andere om daadwerkelijk te verplegen (segment 2). Terug naar af dus.

Buurtzorg plaatste over de nieuwe aanpak al een satirisch filmpje met legopoppetjes op YouTube. De knip in de dienstverlening heeft inderdaad iets onnatuurlijks. Want wat willen niet alleen huisartsen, maar ook instellingen, cliënten, hun familie en mantelzorgers? Juist: één wijkverpleegkundige die direct aanspreekbaar is. En bovendien graag iemand die er bovenop zit.

Binnen de sector is juist de zogenaamde coördinerende wijkverpleegkundige in opkomst. Dit is de spil in een team van verpleegkundigen, die zowel de contacten binnen de organisatie onderhoudt als daarbuiten -bijvoorbeeld psychologen en huisartsen. Dit helpt ook voorkomen dat er “ruis” en bureaucratie ontstaan in de zorgverlening.

In navolging van het succes van Buurtzorg zijn bovendien veel thuiszorgorganisaties met zelfsturende teams gaan werken. Medewerkers krijgen de ruimte om hun eigen werk in te delen en minder te leunen op leidinggevende. De vraag blijft wel: hoe zorg je dat een zelfsturend team echt zelfsturend is?

Een zelfsturend team vraagt om continuïteit en vaste medewerkers voor het wijkteam die met elkaar inhoud geven aan de zorg. Soms komt die praktijk in het gedrang. In de piekperiodes worden er, bijvoorbeeld, veel flexkrachten ingezet die per dag per dienst worden ingedeeld. Zij nemen geen deel aan de gedachte van een zelfsturend team. Zodra het team flexibeler wordt kan dit tot frustratie leiden bij het vaste personeel.

Zou de toekomst niet moeten zijn dat er juist meer vaste medewerkers moeten komen voor de continuïteit en kwaliteit van de thuiszorg? En, als we dan constateren hoe verantwoordelijk de rol is van de coördinerende verpleegkundige heeft: moet er niet veel strenger en zorgvuldiger gekeken worden naar de aanname van personeel?

Dit is waar ik mij bij Matchpartner, in opdracht van zorginstellingen, op richt: de verpleegkundige die de regie kan voeren, en die bewust voor een nieuwe organisatie kiest. Segmenten 1 en 2 of zelfsturende teams, eigenlijk maakt het niet uit. Het zijn de hooggekwalificeerde blijvers die onontbeerlijk zijn om een instelling stabiel en groeiend maken.

Wilma Licht
Op persoonlijke titel geschreven

Reacties (1)

Wilma 30-9-2014 21:04
Beste Wilma, Vanuit het werkveld zelf is een aantal jaren geleden het intiatief "Zichtbare Schakels" ontstaan. Hierin wordt beschreven wat nu echt bedoeld wordt met de terugkeer van de wijkverpleegkundige, bij voorkeur MGZ-AGZ opgeleid, laagdrempelig en zelf letterlijk in de wijk aanwezig. De nieuwe stijl wijkverpleegkundige is niets meer dan een nieuwe functionaris die middels keukentafelgesprekken gaat indiceren. Oftewel een wandelend CIZ-loket om daarna de zorg te gaan regisseren. In de meeste gevallen HBO-V opgeleid, dus niet in de stijl en deskundigheid van de vroegere wijkverpleegkundige! Buurtzorg en ook de GGZ variant BuurtzorgT is qua kennis en deskundigheid het meest te vergelijken met de oude wijkverpleegkundige, de van oudsher MGZ-AGZ en de MGZ-GGZ(SPV) opgeleide specialisten. Wijkverpleegkundige nieuwe stijl (HBO-V) vanuit de overheid geregeld is een stap terug in deskundigheid, alleen opgeleid voor somatiek, wordt een wandelend CIZ-loket en wanneer het zo doorgaat, zal deze ook zich gaan begeven op mijn vakgebied de GGZ (Sociale Psychiatrie) met alle gevolgen van dien! AGZ en GGZ in de wijk, samen met de wijkagent, maatschappelijk werk en opbouwwerk, is de meest ideale combinatie om alle deskundigheid te bundelen en zichtbaar te zijn, aanspreekbaar te zijn voor alle bewoners in de wijk. En gebruik maken van elkaars deskundigheid. Dit is heel iets anders dan de hype rondom de nieuwe wijkverpleegkundige. Zelfsturende teams zoals BuurtzorgT en Buurtzorg komen vaak daarna in beeld. En bovendien qua samenstelling van verschillende disciplines, een geweldige werkwijze, dichtbij de mens die hulp nodig heeft. In mijn woonplaats ben ik in mijn hoedanigheid van SPV intensief bezig om de GGZ in de wijk te brengen, op de wijze als in Zichtbare Schakels beschreven wordt. Dit om juist in de wijk stevige expertise neer te zetten voor preventie en vroegsignalering of gedegen doorverwijzing, de verbindende schakel. Zo, dit was wat achtergrond informatie van mijn kant als reactie op jouw artikel.

Reageer