De verweesde professional

Maarten de Haan 2-11-2012 21:53
Categorieën: Columns
 
De leukste kant van werving en selectie is dat je zoveel begaafde en gemotiveerde mensen ontmoet. Wat je steeds meer inziet, is dat getalenteerde mensen worstelen met hun talent. Waar is die werkplek waar ze het beste er uit kunnen halen wat er in zit?

Een jobhunter bij een gemeente heeft een gouden aanpak om mensen aan het werk te helpen, maar wordt door zijn werkgever overladen met papieren taken. Een bedrijfsarts weet in een langer gesprek met een zieke werknemer de beste resultaten te behalen, maar wordt volgepland met acht afspraken op een dag. Een GZ-psycholoog uit de ouderenzorg ziet een botsing tussen door de politiek opgelegde richtlijnen en concrete mogelijkheden om de kwaliteit van leven van ouderen te verbeteren.

In Nederland is één man als geen ander blijven hameren op het belang van de professional en dat is voormalig vicevoorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink.  Hij deed dit zowel in de Raad als in de landelijke pers. Zo betoogde hij:

De onderwijzer, de dokter, de wijkverpleegster en de politieagent moeten allemaal meer de ruimte krijgen om hun eigen vakmanschap en verantwoordelijkheden te tonen. De overheid moet ze niet te veel lastig vallen met werkzaamheden die niet tot hun primaire taak behoren. (RvS, 2010)

Tjeenk Willink hekelt vooral de doorgeschoten bureaucratie, die een aanzuigende werking heeft. Je moet sterk in je schoenen staan, een hoge beroepseer hebben als het ware, om weerstand te bieden aan de geneugten van de bureaucratie. Kijk naar het onderwijs, waar veel docenten die zich ergerden aan de vele regels en de slechte voorzieningen toch de overstap maakten naar een beter betaalde functie –bovendien meer in de luwte- als beleidsmedewerker.

Ooit, in 2001, heb ik ontslag genomen bij het Arbeidsbureau. Destijds was ik teleurgesteld omdat er een nieuw beleid was en medewerkers werd verboden om actief vacatures te acquireren voor werklozen. Dat leek mij nou juist een van onze kerntaken, zo niet dè kerntaak. Iets waar je altijd, al is het maar een beetje, in moet blijven investeren. Ten tijde van mijn vertrek schreef ik dit concrete gegeven –‘wij mogen mensen niet meer aan werk helpen, daarom vertrek ik’- op in een brief aan het toenmalige Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het antwoord heb ik bewaard, het was weinig bemoedigend:

Ik kan mij uw kritiek niet goed voorstellen als ik kijk naar de kern van het dienstverleningsconcept van het CWI onder SUWI, zoals dat ook in het Referentieproces is vastgelegd en vormgegeven. In het nieuwe Bedrijfsplan CWI heeft het nieuwe Verandermanagement CWI en het ministerie er op toegezien dat de primaire producten actieve bemiddeling en ondersteuning juist centraal staan. Rond deze en andere producten worden prestatieindicatoren geformuleerd en productienormen. [Er is] voorzien in een grondige evaluatie van de fasering; het referentiewerkproces is een dynamisch product.

Roel Feringa, plv Directeur Arbeidsmarkt, SZW

Kortom: wij hebben de regels beschreven waaraan de werkelijkheid moet voldoen. Dat de praktijk er heel anders uitziet is niet interessant.

Daar waar professionals te weinig gehoord worden en anderen bepalen hoe professionalisme gewaarborgd wordt, moet gevreesd worden voor middelen die hun doel voorbij schieten. In deze tijd van Idols, Holland’s Next Top Model, internetpolls, reaguurders, van meldpunten voor Oost-Europeanen en verzuimbedrijven moet je dan denken aan een beproefd middel: de digitale schandpaal.

Zo kan de Nederlandse burger sinds enige tijd op de site Zorgkaart Nederland - Zoek, vind & waardeer 100.480 zorgaanbieders! zijn terechte of onterechte mening geven over zorgprofessionals. Anoniem, wel te verstaan. Men leest er proza als:

Revalidatiearts X is een arts van de oude stempel. Ik vind hem autoritair, onpersoonlijk, niet communicatief vaardig en wellicht zelfs in enige mate contactgestoord. Afspraken worden verder vaak niet nagekomen en consulten zijn veelal zo zinloos en leeg dat je, je serieus afvraagt of het nu om jou gaat als patiënt of om de belangen van de dokter. Cijfer: 4.0

Ik ben 14 jaar patiënt geweest bij tandarts Y. In de afgelopen jaren is er veel gebeurd, ben namelijk beide ouders kwijtgeraakt op een niet zo'n leuke manier. Mijn tandarts wist hiervan en ook door omstandigheden ben ik dus twee jaar niet langs geweest. Toch heeft Y of zijn ‘lieftallige’ assistente niks van zich laten horen. Cijfer: 5.0

Kinderarts Z: Een arrogante dame deze dokter..... denkt dat ze goed is..... inwendig onderzoek gaat niet zachtzinnig. Ze zou een ander beroep moeten kiezen vind ik. Cijfer: 3.8

Je zal maar iedere dag echt je best doen om er wat van te maken. Je zal maar objectief gezien resultaten boeken, al ben je communicatief niet de meest vaardige.

Maar ja, het is wel gemakkelijk, die rapportcijfertjes. Er zijn 'prestatieindicatoren en productienormen' en je kunt komen tot een 'grondige evaluatie van de fasering'. Gemiddelden berekenen, excellijstjes opstellen, vergelijkingen trekken.

Wat zeg ik? Eén druk op de knop en je hebt meteen de slechtste en de beste. Van heel Nederland. Zonder hem of haar ooit te hoeven spreken.

Geschreven door: Maarten de Haan
Op persoonlijke titel geschreven
Meer columns




Reageer